3 juni – Gelderse krijgsbenden en hun strooptochten door de Krimpenerwaard

Gelderse krijgsbenden en hun strooptochten door de Krimpenerwaard 

Historicus Sander Wassink heeft een studie gemaakt van de be-ruchtste veldheer van de zestiende eeuw, Maarten van Rossem (ca. 1490-1555). In zijn lezing vertelt hij over deze meedogenloze man die ‘blaken en branden is het sieraad van de oorlog’ als lijfspreuk voerde. Kerkklokken, zendboden en rookkolommen aan de horizon waarschuwden mensen dat de ‘gelderaers’ in aantocht waren. In 1512 viel een Gelderse krijgsbende de Krimpenerwaard binnen. 

Verscheidene kerken werden zelf in de brand gestoken. 

Landsheer Karel V (1500-1558) koesterde de ambitie om alle Nederlandse provincies aan zijn gezag te onderwerpen. Dat betekende dat hij ook het hertogdom Gelre bij zijn gebieden wilde voegen; een am-bitie waar de Gelderse hertogen zich uiteraard fel tegen verzetten. De gewone man kreeg de rekening gepresenteerd van het conflict dat tot 1543 steeds hoger opliep. Decennia lang hield Maarten van Rossem in dienst van de Gelderse hertogen door terreur en guerrillaoorlogvoering de Nederlanden in zijn greep. 

Wie was Maarten van Rossem en wat dreef hem? Waarom vielen de Geldersen juist in 1512 de Krim-penerwaard binnen en werd ook Schoonhoven bedreigd? Wat heeft het Verdrag van Schoonhoven (1527) met deze geschiedenis te maken? Welke krijgsbuit streek hij op en welke tactieken werden ge-bruikt? Deze en andere vragen worden in de lezing aan de orde gesteld. 

Sander Wassink rondde in augustus 2013 in Leiden zijn studie geschiedenis af en is sindsdien vooral werkzaam geweest als freelance historicus. Hij geeft lezingen, schrijft artikelen, verzorgt gastlessen op scholen en verricht archiefonderzoek. Hij is conservator van de Stichting Historisch Museum Hazers-woude.