In Memoriam Dick Mentink

In Memoriam Dick Mentink (3 mei 1943-24 april 2022)

Na een kort en heftig ziekbed is Dick Mentink op 24 april jongstleden onverwacht overleden. Hij was voorzitter van de Historische Vereniging Schoonhoven vanaf begin 2005. Na tien jaar als voorzitter namen we op 30 mei 2015 afscheid tijdens een mini-symposium te zijner ere. Het symposium droeg zijn lijfspreuk als titel ‘Niet het vele is goed, … maar het goede is veel’. Dick werd daarbij benoemd tot Erelid van de Vereniging. Een Liber Amicorum Digitalis memoreerde de ‘Geschiedenis Projecten’ die tijdens zijn voorzitterschap van de grond kwamen. Een hoge Koninklijke onderscheiding, Officier in de Orde van Oranje Nassau, was hem mede voor zijn werk als voorzitter van de HVS al eerder verleend.

Klik op de foto voor vergroting

De aanleiding voor Dick om in 2004 van de zijlijn af te stappen en in het krijt te treden, was een verwoestend plan om het Doelenplein vol te bouwen en het te ondergraven voor een parkeergarage. De identiteit van de stad was hem te veel waard en ging hem te zeer ter harte. Mentink had die identiteit door en door leren kennen en waarderen tijdens onderzoek en het schrijven van zijn boek ‘Schoonhoven vier eeuwen bezien en beschreven’ in 1981. Hij vond een aantal zielsverwanten in 2005 om dit woeste plan te lijf te gaan als nieuw bestuur van de HVS. Zijn aanstaande pensioen (in 2008) als Hoogleraar Onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit bood qua tijd voldoende mogelijkheden, dacht hij zelf.

De bestuursstijl van Dick Mentink kenmerkte zich door ‘de mensen’ te stimuleren zich te ontplooien terwijl hij onderwijl zelf op politiek en bestuurlijk niveau de weg plaveide naar succes voor al deze inspanningen van leden en bestuur. Voorwaarde was echter ook een sterke vereniging: in drie jaar tijd groeide de HVS van netto 60 naar net geen 500 leden. Maandelijks goede lezingen, van tijd tot tijd excursies, en publieke aanwezigheid bij inspraak-ronden, in gemeentelijk debat en in de lokale media waren de instrumenten die bestuurlijk werden ingezet.
Samenwerking met andere historische organisaties werd vanzelfsprekend: de Archeologie, het Historisch Genootschap, het Streekarchief met de HOP, de Stichting Open Monumentendag, de Zilverdag en het Zilverstad Symposium konden op zijn aandacht en medewerking rekenen. De Restauratieplaquette van Schoonhoven werd twee maal uitgereikt, niet meer aan het gebouw maar nu aan de personen ‘die het gedaan hadden’. De Jan van Beaumontpenning voor historisch werk en onderzoek, werd actief gestimuleerd en tien maal tijdens zijn voorzitterschap uitgereikt.
Het politiek-bestuurlijk niveau was Mentink’s natuurlijke omgeving. De relaties met de politiek en het Gemeentebestuur werden krachtig vernieuwd. Met de Gemeentelijke nota’s Archeologie, de Cultuurnota, het Paraplu-bestemmingsplan, en de Herinrichting Doelenplein boekte Dick als mede-architect successen voor de cultuur-historie van Schoonhoven.

Eén van de onderdelen van de identiteit van de stad is het recht om inderdaad stad te zijn: stadsrechten. In 1981 werden die rechten in twijfel getrokken door de key-note-speaker tijdens ‘Schoonhoven 700’. Voor de jurist Mentink werd dit een uitdaging. De benadering ‘ad fontes’ -terug naar de bronnen- was hem op het lijf geschreven. Zijn eigen promotieonderzoek was immers destijds op die benadering gebaseerd. De stadsrechten bleken uiteindelijk uit gezamenlijk onderzoek: Schoonhoven kreeg wel degelijk zijn stadsrechten, zelfs al ruim vóór 1280 toen de heerschappij van de Heren van Kats begon.
Wij zullen Dick Mentink missen en wensen zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen veel sterkte om dit onbegrijpelijke verlies te dragen.