1784 – Oprichting van het Vrijkorps

Door 4 mei, 2000 Geen categorie Geen reacties

1784
1784-goejanverwellesluis
1784 Oprichting exercitiegenootschap “De Vrijheid”

Inleiding
De Schoonhovense bestuurders waren in het laatste kwart van de 18e eeuw verdeeld in prins- en patriotsgezinden. Stadhouder Willem V probeerde middels het recht van recommandatie zijn aanhangers te laten benoemen in de meest lucratieve functies in het stadsbestuur. Als reactie hierop kwam in 1782 een groot aantal regenten bijeen, die zich als groep “De Vriendschap” noemde. Zij besloten om de stadhouder het recommandatierecht te ontnemen en kregen gedaan een desbetreffend voorstel in de vroedschap aangenomen te krijgen.

Het exercitiegenootschap
Grote beroering ontstond eind 1783 toen een aantal regenten, leden van “De Vriendschap”, geld inzamelden onder de burgerij om geweren te kopen ter oprichting van een zogenaamd exercitiegenootschap. De aanleiding hiertoe was onvrede met het functioneren van de bestaande schutterij. Het lag in de bedoeling om de “oude” schutterij te hervormen en na verloop van tijd te laten samensmelten met het exercitiegenootschap, voorzien van een herschreven reglement.
Toen echter de officieren van het exercitiegenootschap op 17 april 1784 aan de Vroedschap vroegen om het reglement van hun genootschap goed te keuren, bleken de regenten hierop met gemengde gevoelens te reageren. Een steeds groter regenten was namelijk bezorgd dat het exercitiegenootschap hun macht binnen de stad zou aantasten. We zien dan ook dat in de loop van 1784 een aantal patriotsgezinden uit “De Vriendschap” overliepen naar de anti-patriotse groepering.
Na een felle politieke strijd wisten de patriotsgezinden, gesteund werden door een meerderheid van de burgerij, in mei 1785 de meerderheid in de vroedschap te bevechten. Dit had ondermeer tot gevolg dat op 27 juni 1785 eindelijk het reglement van het exercitiegenootschap “De Vrijheid”, als legaal orgaan binnen de stad, goedkeurde. Dit betekende de bevestiging van de positie die het genootschap inmiddels had verworven en vormde de basis van de politieke macht van de patriotten in Schoonhoven. Onder bescherming van het exercitiegenootschap schakelde de patriotse vroedschap in 1786 de voornamelijk uit anti-patrotse heren bestaande magistraat zodanig uit, dat deze in de 2e helft van 1786 nog slechts sporadisch vergaderde. In november 1786 deden de Staten van Holland de electie van een nieuwe magistraat, omdat de stadhouder op dat moment niet in Den Haag was. De nominatie was zo samengesteld dat hierop vrijwel alleen patriotten een plaats hadden. Hun positie was op die wijze ten zeerste versterkt.
Militaire zaken bepaalden in 1786 en 1787 een belangrijk deel het handelen van de patriotten. Naar aanleiding van een aanval van de stadhouder in augustus 1786 op de steden Hattum en Elburg werd de stad in staat van verdediging gebracht. Het Schoonhovens garnizoen moest richting Woerden vertrekken, waardoor de burgers de wachtposten moesten overnemen.
In juni 1787 onderschepte het exercitiegenootschap drie compagnieën van generaal-majoor Stuart en belette ze de overtocht over de Lek onder gevangenneming van drie soldaten.

De Pruisen
Zoals bekend werd prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van de stadhouder, in de Vlist aangehouden. De nacht daarvoor bracht zij door in de Doelen in Schoonhoven. Dit verblijf bleek een vervelend staartje te hebben. Wilhelmina beschuldigde namelijk de schildwachten, die voor het Doelenhuis de wacht hielden, dat ze met blanke sabel in haar kamer waren gekomen. Dit leidde tot een officieel protest van de Pruisische koning aan het adres van de stad. Het wekt dan ook geen verwondering dat toen in septmber 1787 de Pruisische troepen Holland binnenrukten, Schoonhoven één van de eerste steden was waar een groot aantal Pruisische militairen werd gelegerd. Op 17 september maakten de Pruisen een eind aan het patriotse bewind in de stad. In grote getale vluchtten de patriotten uit de stad en hun tegenstanders namen de macht over, waarbij de stadhouder in al zijn rechten werd hersteld. Hiermede kwam uiteraard ook een einde aan het kortstondige bestaan van het exercitiegenootschap.

Bron: De patriottenbeweging in Schoonhoven door H.M. van der Linde, HEK 15e jaargang 1990, pg.25-48 <