Waarom is Schoonhoven de Nationale Zilverstad’ en hoe is ze dat geworden?

Immers, er zit geen zilver in de grond zoals in Kutna Hora in Bohemen, noch is er een vorstelijk monopoly gegeven zoals in Pforzheim in Baden-Württemberg. En toch is Schoonhoven zilverstad geworden en gebleven.
De bakermat lijkt wel duidelijk. Die ligt in het 14e eeuwse luisterrijke Schoonhovense hof van de jongere tak van het Henegouws-Hollandse gravenhuis: Jan van Beaumont, Jan van Blois, Guy van Blois en hun entourage als opdrachtgevers voor kunstenaars, waaronder goud- en zilversmeden.
Ook de ontwikkeling van de goud- en zilversmeden is in beeld gebracht: vijf of meer in de 14e en 15e eeuw.En tien omstreeks 1600; gevolgd door totaal 56, 150, 379 en 501 in de 17e, 18e, 19e en 20e eeuw. Samen zo’n 1000 mannen en, niet te vergeten, vrouwen als opvolgende weduwen. En de ‘canon’ van de Zilverstad valt intussen te vangen in twintig markante jaartallen. Desondanks blijven er veel vragen over.

CONTACTPERSOON
René Kappers, E rene.kappers@live.nl

stadszegel
Verder onderzoek: 10 projecten.

  1. De 1000 zilversmeden van Schoonhoven ? Biografische en genealogische gegevens van hen die de zilverstad hebben gemaakt. Een bijdrage aan het Kenniscentrum van de Zilverstad.
  2. 100 oude goud- en zilversmidswerkplaatsen ? Een inventarisatie van nog bestaande goud- en zilversmidswerkplaatsen in Schoonhoven of de overblijfselen daarvan. Doel: bescherming van hetgeen waardevol uniek Nederlands nationaal erfgoed is. En presentatie aan ‘cultuurtoeristen’: als een bijdrage aan onze City-marketing.
  3. Tot Hulp in Lijden. Dit ‘ziekenfonds’, opgezet in 1852 door de Nijverheidsvereeniging van goud- en zilversmeden in Schoonhoven, was het belangrijkste particuliere sociale vangnet van de stad tot 1957 toen het fonds werd opgeheven. Maar wie waren de bestuurders ? Wat was het belang van het fonds in financiele zin ? En het belang voor de goud- en zilverindustrie ? En voor de stad?
  4. Van 1502 tot 1629: gildeleden, maar waar dan ? Het plakkaat van Philips de Schone uit 1502 regelde het goud- en zilvermidsambacht voor Holland, Zeeland en West-Friesland. Totaal: van gehalte tot opleiding, van bestuur tot keuren en van zorg tot bestraffing. De stad Schoonhoven conformeerde zich aan dit plakkaat in 1629. De Schoonhovense goud- en zilversmeden echter al veel eerder. Maar waar lieten ze dan hun werk keuren? Van welk gilde waren ze lid?
  5. Een intens godsdienstig leven: 1400-1572. In 1300 is er niets; omstreeks 1400 staan er een parochiekerk, een gasthuiskerk, twee kloosterkerken, vier kapellen en vijf kloosters. De –religieuze- ridders van de Duitse orde hebben hun Schoonhovense Commanderij en bezitten de kerk van Schoonhoven. In 1425 is er in de stad een ‘intens godsdienstig leven’dat in 1572 eindigt met verwoesting door Geuzen en de reformatie. Het klooster aan De Hem was één van de rijkste kloosters van het Hollandse kapittel, centrum van de Moderne Devotie in Holland, en opleidingscentrum voor leidinggevende kloosterlingen. Het Karmelietenklooster is regionaal opleidingscentrum van deze orde. De Commanderij Schoonhoven van de Duitse Orde …………………. Zoals algemeen bekend bestaat de traditionele clientèle van goud- en zilversmeden bestaat uit ‘de adel, kerk en elite’. Welke betekenis heeft de Schoonhovense kerkelijke ‘klantenkring’ dan gehad voor goud- en zilversmeden in Schoonhoven
  6. Hofleveranciers van de Zilverstad. ‘Koninklijke stukken’ in de 19e en 20e eeuw. Sinds 1882 kent Schoonhoven één of meer ‘zilveren hofleveranciers’. Sommigen daarvan ontvingen een officieel predicaat en sierden daarmee hun gevel en briefpapier. Anderen leverden aan het hof zonder ophef, maar soms ook met. De ‘Dansende Tulpen’ zijn daarvan een glanzende getuige. Wie leverde nog meer ? Welke stukken van Schoonhovense makelij bevinden zich in de collectie van het Koninklijk Huis
  7. Hooijkaas, Niekerk, Pluut: industrie en ambacht in de 20e eeuw. Ontstaan en ontwikkeling van industriële bedrijven en hun zilversmidsdynastieen
  8. Zonder handelaren geen nationale Zilverstad ? De rol van (Joodse) goud- en zilverhandelaren in de ontwikkeling van Schoonhoven tot nationale zilverstad. Voor industriële productie zijn handelaren onmisbaar; ze vormen de verbinding tussen klant en fabrikant. Ze verdelen grootschalige productie over tijd en plaats. De ambachtelijke zilversmid had –en heeft- daarentegen zelf rechtstreeks het contact met ‘zijn’ klant. Hartog Abraham van Gelder was één van de eersten die zich kwalificeerde als handelaar in goud en zilver zonder dat hij zelf goud- of zilversmid was. Hij kreeg als zodanig patent in 1807, terwijl hij voordien ook al als handelaar werkte. Het stamboek ‘Kooplieden’ van de Waarborg is in deze een onontgonnen bron. Inventarisatie, biografische, zakelijke en genealogische gegevens
  9. 501 Goud- en zilversmeden in de 20e eeuw. Wie waren zij? Het werk van Begeer e.a. uit 1981 geeft een overzicht van de Schoonhovense goud- en zilversmeden van 1600 tot 1900. Kwantitatief onderzoek in de 20e eeuw heeft voorlopig duidelijk gemaakt dat er 501 goud- en zilversmeden in die eeuw kortere of langere tijd in Schoonhoven werkzaam zijn geweest. De 20e eeuw is verder een braakliggend terrein. Het stamboek van de Waarborg is een voor de hand liggende bron, waarbij de Schoonhovense bevolkingsadministratie als aanvulling dient. ‘Oral history’ kan bijzonder bijdragen aan het geheel
  10. De oprichters van de Nijverheidsvereeniging, Graves Kooiman, Greup, Van Willenswaard, Lazonder en Kuijlenburg. Vijf zilversmidsdynastieen. Verder uitwerking van de overige vier zilversmidsdynastieen van de oprichters in genealogieën en stamreeksen op dezelfde wijze als Graves Kooiman, Zilvercahier 4.0 uit 1998.