TORENUURWERKEN

Gerrit Sperna Weiland, 1963, de laatste 'klokkestelder' van Schoonhoven. Foto: collectie Cock van Holten.

Gerrit Sperna Weiland, 1963, de laatste ‘klokkestelder’ van Schoonhoven.
Foto: collectie Cock van Holten.

Torenuurwerken, tijd voor iedereen. In Schoonhoven van Sperna Weiland.

Sperna Weiland: 200 jaar ‘klockenstelders’ van Schoonhoven.
– Jeremias Sparnaaij, organist, beiaardier. Klokkenstelder 1763 – 1815
– Pieter Sperna Weiland, muziekmeester, stadsorganist, clockenist, goudsmid. Klokkenstelder 1815 – 1860
– Henricus Christiaan Sperna Weiland, zilversmid. Klokkenstelder 1860 – 1882
– Gerrit Sperna Weiland, smid. Klokkenstelder 1882 – 1922
– Hendrikus Christiaan (Hein) Sperna Weiland, smid. Klokkenstelder 1922 – 1935
– Gerrit Johannes (Gerrit) Sperna Weiland, smid. Klokkenstelder 1935 – 1963

Tijd voor iedereen, de tentoonstelling van torenuurwerken in het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum is nog te zien tot 21 mei 2006. Eeuwen lang zijn Nederlandse steden en dorpen voorzien geweest van uurwerken ten behoeve van de openbare tijdaanwijzing. Torenuurwerken hadden een maatschappelijke functie. Ze reguleerden allerlei gebeurtenissen; ook in Schoonhoven. De keurmeesters van het goud- en zilversmidsgilde bijvoorbeeld moesten om half tien ‘op de kamer’ aanwezig zijn. De klok van de Grote Kerk was daarbij maatgevend, zo blijkt uit archiefstukken.

De energie die zo’n oud torenuurwerk aan de gang houdt wordt ontleend aan gewichten en zwaartekracht; de slinger van de klok draagt vervolgens zorg voor een geleidelijk afgifte van die energie. Hierdoor draaien wijzers langzaam en luiden klokken op geregelde tijden. Om te zorgen dat er steeds energie beschikbaar blijft, en de klok blijft lopen, moet het gewicht weer opnieuw omhoog gebracht worden. De energie voor het omhoog halen, of opwinden, is vandaag meestal electrisch maar werd vanouds geleverd door de spierkracht van de mens. Wie wil zien hoe het ‘opwinden van de klok’ in z’n werk gaat, moet tijdens de tentoonstelling een afspraak maken met Rob Jung. Op gezette tijden windt hij dagelijks alle uurwerken op. In feite zorgt zijn spierkracht ervoor dat alle torenuurwerken gedurende de gehele tentoonstelling kunnen blijven lopen.

De uurwerken van het stadhuis en de kerktoren konden tweehonderd jaar lang blijven lopen doordat ze dagelijks opgewonden werden door leden van de familie Sperna Weiland. Na hen werden -en worden- sinds 1963 de klokken electrisch opgewonden. Op 22 oktober 1763 werd Jeremias Sparnaaij aangesteld als ‘klockenstelder’ van de klok op het stadhuis en de klok van toren van de Bartolomeuskerk. Eerder dat jaar, op 22 mei, was hij al aangesteld als organist en klokkenspeelder of beiaardier van de stad. Hiervoor ontving hij 225 gulden plus 25 gulden voor huisvesting en daarboven vrijdom van de stadsimposten (belasting) op bier, wijn en turf. Als ‘klockenstelder’ ontving hij 125 gulden. De klockenstelder had in Schoonhoven de zorg voor het dagelijks regelen -gelijkzetten- der uurwerken en voor het opwinden daarvan. Vandaar dat hij iedere dag 75 treden in het stadhuis en 100 in de toren op en af moest. In één familie 350 treden per dag, 7 dagen per week, 200 jaar lang, energie voor tijd voor iedereen.

De laatste twee, Hein en Gerrit, waren broers. De overige opvolging gebeurde steeds van vader op zoon.

V. Williger

Literatuur:
Mieke Sparnaaij, De familie Sperna Weiland. Een loot aan de Sparnaaij-stam, Eigen uitgave, Amersfoort, 2004. Verkrijgbaar bij de auteur voor € 28,75, giro 40 12 178. Ter inzage: Bibliotheek NGZK-museum.
Voor het laatst luiden klokken als in de goede oude tijd, Chronos, nr.12, 27 april 1963, p.972-974.
Begeer, e.a. Goud- en Zilversmeden van de stad Schoonhoven, NGZK-museum, Schoonhoven, 1981, nrs. G203, G206, 203, 280, 282