Aanvraag westzijde Buiten de Veerpoort als gemeentelijk monument, 30 januari 2016

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Krimpenerwaard,
p/a Stadhuis Schoonhoven, Haven 37
Postbus 51
2820 AB STOLWIJK

Schoonhoven, 30 januari 2016

Betreft: aanvraag westzijde Buiten de Veerpoort als gemeentelijk monument

Geacht College,

Onder verwijzing naar artikel 3 lid 1 jo. artikel 1 aanhef, en onder a, b en c, Monumentenverordening 2007 Schoonhoven verzoeken de Archeologische Werkgroep Schoonhoven en de Historische Vereniging Schoonhoven het College te besluiten een hieronder nader aan te geven deel van het terrein van Buiten de Veerpoort aan te wijzen als archeologisch en cultuurhistorisch gemeentelijk monument.

Dit verzoek vloeit voort uit onze visie dat het erfgoed van de oude vestingwerken, als onderdeel van de Oud Hollandse Waterlinie, de hoogst gemeentelijke, integrale bescherming verdient. Het gaat aldus zowel om het bovengrondse deel ervan als de resten die deel uitmaken van het bodemarchief van de stad. Over deze visie hebben we naar aanleiding van de op 29 oktober 2015 aangetroffen resten van een ravelijn(1) op de bouwlocatie van de nieuwe snackbar Buiten de Veerpoort, gecorrespondeerd met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Door de Rijksdienst wordt deze visie inzake een integrale bescherming ondersteund.

In de mail d.d. 12 januari 2016 van uw beleidsmedewerker monumenten, mw. H. Kliffen, is ons meegedeeld dat bij ons verzoek geen gebruik kan worden gemaakt van het in artikel 10 van de Verordening vereiste formulier. Een dergelijk formulier is niet beschikbaar. Door haar is te kennen gegeven dat we kunnen volstaan met onderhavige brief waarin met name een omschrijving en argumentatie wordt gegeven waarom de onderhavige zaak in aanmerking komt om als gemeentelijk monument te worden beschermd.

Daartoe het navolgende.

(a) Een bijzonder ravelijn, onderdeel van het buitenwerk van de vesting Schoonhoven
De aangetroffen muurresten zijn aan de hand van het al lange tijd beschikbare, openbaar toegankelijke kaartmateriaal eenvoudig te duiden. Verwezen wordt naar de vestingplattegronden van Paen 1698; Du Ry de Champdoré uit het eerste begin 18e eeuw; kopergravure De Parival 1726; Prevost 1727; kopergravure Tirion 1744; kopergravure Schenk 1771; anoniem Schoonhoven/Nieuwpoort 1772; vgl. verder ook D. Mentink, Schoonhoven vier eeuwen bezien en beschreven, Alpen aan den Rijn 1981).
Het gaat hier om een buitenwerk van de vesting Schoonhoven, een ravelijn geheten (zie bijlage 1 met de kaartuitsnede van Prevost uit 1727 als voorbeeld).

Dit vooruitgeschoven verdedigingswerk past in de vormgeving van de vestingwerken met een gebastioneerd front volgens het zogeheten Oud-Nederlands vestingstelsel. De oorsprong van dit stelsel ligt in de laatste decennia van de 16e eeuw toen de stenen ommuring van een stad niet meer bestand bleek tegen het krachtiger en effectiever geschut. Het antwoord hierop was een nieuwe basisstructuur van vestingwallen en vijfhoekige bastions van aarde. In de uitbouw van die structuur was het (vijfhoekig of redanvormig) ravelijn geprojecteerd midden tussen twee bastions, en waarmee de verbindingswal (‘courtine’) tussen de bastions en de toegangspoort werd gedekt. Vaak was het ravelijn met de vesting verbonden door een toegangsdam of een brug. Ter extra verdediging was een ravelijn omgeven door een dubbele gracht en werd er, volgens model, een aarden wal als buitenste verdedigingslinie opgeworpen (zie bijlage 2 met algemeen schema).

De ontstaansgeschiedenis van het ravelijn in Schoonhoven gaat terug tot eind 17e eeuw. Uitgaande van het beschikbare en openbaar toegankelijke kaartmateriaal moet dit verdedigingswerk gesloopt zijn tussen 1771 en 1772 (nog ingetekend op de kaart van 1771 en niet op die van 1772; zie bijlage 3 met deel van de kopergravure van Schenk). Daarover kort nog het volgende.
De beroemde kaart van Blaeu uit 1649 maakt duidelijk dat de uitvoering van de verbouwing van de stadsverdediging volgens het Oud-Nederlands stelsel fasegewijs werd gedaan. Op de Blaeu-kaart zien we naast de middeleeuwse ommuring drie nieuwe bolwerken of bastions aan de oostzijde (daterend van omstreeks 1590). De dreigende oorlog met de Fransen leidde in 1672 tot het besluit van de Staten om de vesting Schoonhoven – als steunpunt van de Hollandse Waterlinie – verder te versterken. Aan de west- en noordzijde werden vijf nieuwe bolwerken aangelegd. Op de kaart van Paen uit 1698(2) staat voor het eerst het ravelijn bij Buiten de Veerpoort.

Het kaartmateriaal laat zien hoe bijzonder dit ravelijn was gesitueerd. Geen standaard-constructie, zoals die van de twee ravelijnen aan de oostzijde van Schoonhoven, zoals op de kaart van Prevost uit 1727 zijn afgebeeld (zie bijlage 1). De Lek vormde hier als het ware de buitenste dubbele gracht, waarbij het eiland waarop het ravelijn was gebouwd in zekere zin de plaats innam van een aarden wal of landweer als buitenste verdedigingslinie van de vesting Schoonhoven aan de zuidzijde. Het ravelijn lag direct in het verlengde van de brug naar de Veerpoort.

(b) Het gebied Buiten de Veerpoort en de relatieve archeologische en cultuurhistorische bescherming ervan
Voor de gemeentelijke erkenning van het archeologisch en cultuurhistorische belang van het gebied buiten de Veerpoort kunnen we hier volstaan met te verwijzen naar de eerder door de gemeente Schoonhoven toegekende waarderingen. Het vigerende Paraplubestemmingsplan Cultuurhistorie en Archeologie bevat beschermingsregels voor zowel de waarde-archeologie als de waarde-cultuurhistorie, waarbij de dubbelbestemming archeologie 1 en cultuurhistorie 1 de hoogste beschermende waarde heeft (art. 3 en art. 10).

Archeologische waarde
Blijkens de in de Toelichting op het Paraplubestemmingsplan opgenomen Archeologische waarden- en verwachtingskaart Schoonhoven is aan het gebied Buiten de Veerpoort de hoogste beschermingswaarde toegekend. Aan deze dubbelbestemming waarde-archeologie 1 zijn enkele concrete bouwregels verbonden, zoals de regel dat voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50m2 en dieper dan 30cm beneden het maaiveld, door de aanvrager van een omgevingsvergunning allereerst een rapport over de concrete archeologische waarden van de te bouwen grond moet worden overlegd (art. 3.2.1). De instandhouding van de betreffende archeologische waarde van het gebied is hiermee echter niet veilig gesteld. In dit verband verwijzen we naar de gang van zaken rond de verplaatsing van de snackbar op het terrein Buiten de Veerpoort bij zowel de vaststelling van het bestemmingsplan in 2014 als de verlening van een omgevingsvergunning in 2015. Echter, er is meer: de bestemmingsregels in artikel 3 (Waarde-Archeologie 1) geven het college van burgemeester en wethouders nogal wat beleidsvrijheid ten koste van het archeologisch erfgoed. Van een algemeen ’bouwverbod’ of een verbod ‘voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden’, is allerminst sprake.

Cultuurhistorische waarde
Blijkens de in de Toelichting op het Paraplubestemmingsplan opgenomen Cultuurhistorische inventarisatie en waardenkaart is aan het gebied Buiten de Veerpoort geen eenduidige waarde toegekend. (zie meer in detail de Cultuurhistorische waardenkaart van het plangebied, opgenomen in de Toelichting op het (ontwerp)bestemmingsplan Buiten de Veerpoort, gedateerd 31 augustus 2014, p. 43). Dit gebied kent een gradatie van zowel hoge, middelhoge en indifferente (lage) waarden.

Maar ook een hogere waarde is van betrekkelijke betekenis. Zo maakt het herinrichtingsplan een gedeeltelijke verstening van de groene landtong mogelijk, waardoor dit gebied als parkeerterrein kan worden gebruikt (zie ook de Toelichting op het bestemmingsplan Buiten de Veerpoort, p. 49). Dit besluit staat haaks op het negatieve advies van het bureau Culthis (zie Cultuurhistorische effecten. Herinrichting Buiten de Veerpoort, Schoonhoven, 26 augustus 2016, p. 24, 26 en 29). Blijkens dit advies heeft het hele gebied met betrekking tot het ravelijn en de vestingwerken, met de zogeheten noodhaven en de verbinding naar de Veerpoort en aangrenzende wal (rijksmonument nr. 33546), hoge en middelhoge cultuurhistorische waarde (a.w., p. 21).

Al met al is te concluderen dat het Paraplubestemmingsplan een geringe cultuurhistorische bescherming biedt voor het onderhavige gebied, dat gelegen is binnen het van rijkswege beschermd stadsgezicht (aangewezen in 1974). In vergelijking met de bestemmingsregels voor de archeologische waarden zijn deze regels weinig concreet of specifiek (zie art. 10 e.v.). De beleidsvrijheid om besluiten te nemen die tot aantasting leiden van de cultuurhistorische kwaliteit van het gebied is zeer groot.

(c) Terrein van het ravelijn en herkenbaar westelijk deel van de vestingwerken als gemeentelijk monument
In de Monumentenverordening 2007 wordt aangesloten bij de omschrijving van het begrip ‘monument’ in de Monumentenwet 1988. Een zaak of terrein met cultuurhistorische waarde kenmerkt zich “door het beeld dat is ontstaan en het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dit bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. Het begrip cultuurhistorische waarde is dermate ruim dat het ook betrekking kan hebben op zaken en gebieden met een geschiedkundige waarde” (Artikelsgewijze toelichting, artikel 1, sub a).

Aan te wijzen gemeentelijk monument
Algemene omschrijving (in termen van een rijksmonument): terrein waarin aanleg en overblijfselen van het ravelijn, met in begrip van de verbinding met de (groene) landtong en de Veerpoort met aangrenzende westelijke vestingwal en noodhaven.
Meer specifiek: het gebied van Buiten de Veerpoort direct ten westen aansluitend op de fundering van de nieuwe snackbar en in rechte lijn naar de Veerpoort en voorts reikend tot de westpunt van de groene landtong en met bijbehorende westelijke vestingwal en noodhaven.
Onderscheid cultuurhistorisch en archeologisch monument. Het omschreven gebied is in elk geval als een gemeentelijk cultuurhistorisch monument aan te wijzen (dus bovengronds). Gezien de recente opgraving van de restanten van het ravelijn is in elk geval de locatie van deze resten in verbinding met de ondergrondse restanten van de voormalige brug van de Veerpoort als gemeentelijk archeologisch monument aan te wijzen.

Wij gaan ervan uit met het bovenstaande ons verzoek tot aanwijzing voldoende te hebben beschreven en onderbouwd. Uiteraard zijn we bereid, zo nodig, een en ander nader mondeling toe te lichten of nadere gegevens te verstrekken.

Met vriendelijke groet,

Namens de Archeologische Werkgroep Schoonhoven,

B. Peltenburg, voorzitter

Namens het bestuur van de Historische Vereniging Schoonhoven,

prof.mr. D. Mentink (gemachtigde)

c.c. gemeenteraad en mw. H. Kliffen


1 Dus géén barbacane, waarover door de gemeente ingeschakelde deskundigen spreken. Een barbacane of bruggeschans als versterkte buitenpost is een vestingonderdeel bij een stad of kasteel in de middeleeuwen. Daar is in dit geval bij Schoonhoven – met een stadsverdediging volgens het Oud-Nederlands stelsel – geen sprake van. Zie verder de hoofdtekst.


2 Recentelijk (2014) nog afgebeeld in de Adviesnota Cultureel Erfgoed, Gemeente Schoonhoven (p. 17).